RSS

Time Bender, de man die de Aarde kwam redden, een boek van Tijn Touber, hoofdstukken 1 tot en met 4

27 Aug

Het door Tijn Touber geschreven boek Time Bender staat als ‘free download’ Engelstalig e-book op zijn website. Het is geschreven als een roman, maar de informatie erin komt verrassend overeen met de informatie die Cobra geeft over de creatie van de mens en onze ware geschiedenis. Het boek bevat een schat aan informatie die op een boeiende en overzichtelijke wijze wordt gepresenteerd.

Ik ben het gaan vertalen en de eerste drie hoofdstukken waren al dit blog geplaatst. Tijn Touber heeft mij laten weten dat hij graag de vertaling wil nalopen en heeft inmiddels de eerste vier hoofdstukken gedaan. Deze vind je hieronder. De rest volgt. Veronica

Eerst de synopsis van het boek:

Net wanneer de situatie op de planeet Aarde ondraaglijk wordt verschijnt er een man om de dag te redden. Time Bender vertelt ons dat onze planeet het meest waardevolle juweel van de kosmos is omdat deze het DNA draagt van zo ongeveer elke species in het universum. Dat is waarom onze voorvaderen het de Levende Bibliotheek noemden en er zijn veel galactische oorlogen over haar gevochten. Aangezien de tijd beperkt is en de inzet hoog, is een pact van vrienden gevormd om de Levende Bibliotheek te redden uit de greep van het kwade. Time Bender onthult ons verborgen verleden en onze mogelijke toekomst.

“De Aarde is het derde grote experiment om een planeet te zaaien om de polariteiten op te lossen. Dat is waarom het hele universum meekijkt. Hopelijk zal dit het laatste experiment zijn. Jullie werken een kosmisch thema uit dat eonen geleden is begonnen. Jullie proberen oude conflicten te genezen door deze issues in moderne tijden omhoog te halen. Als jullie dat kunnen begrijpen, en leren van eerdere fouten, zal het Spel van Leven evolueren naar een hoger niveau. Als jullie in staat zijn om de puzzel op te lossen zullen jullie je voorvaderen helpen om verder te gaan en hun wezens weer in het geheel te integreren. Jullie zijn degenen die dit kunnen laten gebeuren. Jullie zijn degenen waarop wij hebben gewacht.” TIME BENDER

Tijn Touber (1960) is journalist, muzikant, auteur, inspirator en meditatieleraar. Hij is oprichter van Lois Lane. Hun debuutalbum bereikte de eerste plaats van de Album Top 100 en verkocht meer dan 100.000 stuks. Tijn schreef onder meer de titelsong voor de film Amsterdamned. Na dit muzikale avontuur legt hij zich toe op bewustzijnsontwikkeling en leeft veertien jaar als yogi in Amsterdam. In deze periode geeft hij trainingen aan onder meer de Amsterdamse politie, drugsdelinquenten in de Bijlmerbajes, verplegend personeel in academische ziekenhuizen (VU, AMC en MCA) en jongeren op Lowlands. Tijn schreef zes boeken over zijn innerlijke avonturen, waarvan de meeste bestsellers werden. Zijn bekendste werk is Spoedcursus Verlichting. Hij is ook oprichter van Stadsverlichting, een meditatienetwerk waaraan zo’n duizend huiskamers zijn verbonden. Hij woont in Amsterdam met zijn partner Binkie met wie hij het Seven Steps To Paradise Concert geeft en retraites organiseert. 

https://www.tijntouber.com/nl/

https://www.tijntouber.com/nl/time-bender/

TIME BENDER

DE MAN DIE DE AARDE KWAM REDDEN

INHOUD

  1. TIME BENDER
  2. SALVADOR DALI
  3. DADI JANKI
  4. DE REIZIGERS
  5. MOUNT RAINIER
  6. ALLOYA
  7. LUCIFER
  8. HIDDEN HAND
  9. AYAHUASCA
  10. DEMONEN
  11. SASHA
  12. WALAYA
  13. LAYAN
  14. VONDELPARK
  15. GAME MAKERS
  16. CHOCOLADE

BRONNEN

Voor Juno, mijn ruimtevriend.

  

1. TIME BENDER

‘In my official status, I cannot comment on ET contact. However, personally, I can assure you we are not alone.’
Charles J. Camarda, voormalig NASA Astronaut.

23 augustus, 1974

Het was een warme zomeravond in New York City en John Lennon had behoefte aan frisse lucht. Hij had de hele dag in een bedompte studio aan zijn album Walls and Bridges gewerkt en had zojuist de liefde bedreven met zijn secretaresse May Pang. John deed geen moeite om kleding aan te trekken toen hij op het dakterras van haar appartement stapte. Het was zo hoog dat niemand hem kon zien.
May was nog in de slaapkamer en had net een pizza besteld. Opeens hoorde zij een luide schreeuw van het dak. Het was John.
‘May, kom hier, snel, je moet dit zien!’
‘Een minuutje, ik kom zo.’
‘Nee, nu! Kom nu meteen!’
Toen May het dak opstapte viel haar mond open. Er hing een enorm rond object in de lucht, zo’n beetje de afmeting van een Lear Jet. Het was zo dichtbij dat ze het met een steen had kunnen raken. Het object hing daar zonder enig geluid te maken, zachtjes heen en weer wiegend.
‘Mijn hemel, het is een UFO,’ fluisterde May, naar adem happend.
Gefascineerd staarden ze in stilte naar het vreemde voertuig dat minutenlang voor hun ogen danste. Toen, ineens, schoot het recht omhoog de lucht in.
‘Dit is niet van de Aarde,’ hijgde John, haast achterover vallend. ‘Dit is een bloody vliegende schotel!’
Toen ze naar binnen liepen, bespraken ze of ze de autoriteiten moesten waarschuwen, maar hun leven was al zo hectisch en het laatste wat ze wilden, was nog meer pers. Ze besloten een vriend te bellen en hem te vragen de politie op de hoogte te brengen. Toen deze enkele minuten later terugbelde, vertelde hij dat er die avond zeven andere meldingen waren binnengekomen van mensen die het ruimtevaartuig hadden gezien.
‘Ik kan het niet geloven, ik kan het niet geloven, ik heb een vliegende schotel gezien,’ was alles wat John de rest van de avond kon uitbrengen.

9 december, 1980

Het was een koude winterochtend in Amsterdam. Ik was net uit bed, ging naar beneden en zette de radio aan. Toen ik water opzette om thee te maken bevroor ik. Wat had de nieuwslezer net gezegd? John Lennon doodgeschoten? Ik rende naar de radio en zette het geluid harder.
‘John Lennon is afgelopen nacht vermoord. Hij werd neergeschoten voor zijn huis, het Dakota Gebouw in New York, door een man die Marc David Chapman heet. De man is in verwarde toestand gearresteerd. Het motief voor de misdaad is nog onduidelijk.’
De deurbel gaat, drie keer. Het is mijn zus Wendela. Ze is in tranen. Wij omhelzen elkaar lange tijd en herinneringen stromen binnen van alle keren dat we samen naar The Beatles luisterden. Zij waren de soundtrack van onze jeugd.
In de verte hoor ik het geluid van de fluitketel.
Ik maak thee terwijl Wendela door mijn platencollectie struint. Vorige week kocht ik John’s laatste album, Double Fantasy. Ze zet de plaat op en we horen John zingen:
’Well, I tried so hard to stay alive, but the Angel of Destruction keeps on hounding me all around. But I know in my heart that we never really parted, oh no. Help me. Lord, help me to help myself.’
De woorden zijn beklemmend, bijna alsof John aanvoelde dat er iets stond te gebeuren. Ik vraag mij af wie deze Engel van Vernietiging is, degene die John achterna zat.
Ik kon op dat moment niet bevroeden dat ik hier weldra achter zou komen.

De rest van de dag gaat in een roes voorbij. Na het avondeten kleed ik mij aan om naar de première te gaan van een film waarvoor ik de titelsong schreef. Ik ben niet echt in een feeststemming, maar wellicht is het een goede afleiding voor mijn sombere gedachten.
Wanneer ik bij Tuschinski aankom, het prachtige art deco filmtheater in het hart van Amsterdam, staat de hoofdingang vol met fotografen en bekende Nederlanders die door de pers worden geïnterviewd. Ik probeer er onopgemerkt langs te glippen, maar camera’s beginnen te klikken en journalisten richten hun microfoons. Zij willen weten hoe ik denk over de dood van John.
‘Het voelt als het einde van een tijdperk. The dream is over, zong John. Zo voelt het.’
Met al die camera’s en microfoons op mij gericht, voel ik een beetje wat John het grootste deel van zijn leven moet hebben gevoeld; leven in de bekendheid. Had hij er genoeg van vroeg ik mij af? Was hij er klaar mee om beroemd te zijn en zocht hij naar een uitweg?
Op weg naar binnen komt een ander lied in mijn hoofd, mogelijk de laatste song die John heeft opgenomen: ’Say you’re looking for a place to go where nobody knows your name. You’re looking for oblivion with one eye on the hall of fame. I don’t want to face it, oh no. I don’t want to face it no, no, no, no. Every time I look in the mirror I don’t see anybody there.’
Plotseling voel ik een hand op mijn schouder. Ik draai me om en kijk in de ogen van een oudere heer. Hij is gekleed in een zwart pak met fijne witte streepjes, een wit overhemd, zwarte vlinderdas en erbij passende bolhoed. Zijn groene ogen zijn betoverend.
‘Hallo mijn vriend,’ zegt hij met een vreemd formeel accent, ‘ik heb een boodschap van je moeder.’
Mijn hart maakt een sprong.
‘Wat? Wat is er met haar gebeurd? Is zij in orde?’
‘Ja hoor, ze is in orde, maar ze heeft jouw hulp nodig.’
‘Wat voor hulp? Weet u zeker dat zij in orde is?’
Hij glimlacht geruststellend en zegt: ’Maak je geen zorgen, ze is in orde. Maar ze gaat ascenderen en om dat te kunnen doen heeft zij meer licht nodig.’
Waar heeft deze man het over?
‘Zegt u nu dat mijn moeder gaat sterven?’
‘Nee, maar zij moet zichzelf vrijmaken van de vernietigende krachten die haar in haar greep hebben.’
Hij neemt me bij de arm en leidt me weg van de menigte die zich inmiddels in de hal heeft verzameld.
‘Volg mij alsjeblieft. Je film begint over 15 minuten, wat mij voldoende tijd zou moeten geven om het uit te leggen.’
We lopen naar een bank in de hoek van de ruimte en hij gebaart me om te gaan zitten.
Wanneer hij naast me zit, zegt hij: ‘Laat ik mijzelf om te beginnen aan je voorstellen. Mijn naam is Time Bender. Ik ben een goede vriend van jouw moeder en – zoals ik al zei – heb ik een boodschap van haar. Om die boodschap te begrijpen, zal ik je eerst een paar dingen moeten vertellen die je wellicht nog niet weet.’
‘OK.’
‘Jouw moeder werd zo’n dertien miljard jaar geleden geboren. Zij was – en is – de meest prachtige planeet die het universum ooit heeft gezien.’
‘O, die moeder…’
Ik glimlach en ontspan.
Maar tegen de tijd dat Time Bender klaar is met zijn verhaal, ben ik een stuk minder ontspannen.
Hij vervolgt: ’De Aarde is uniek. De oorspronkelijke planners noemden haar de Levende Bibliotheek, omdat zij de codes bevat tot alle mogelijke levensvormen in het universum. Dat is waarom er zoveel om de Aarde is gevochten. En dan heb ik het niet over jullie recente wereldoorlogen. Ik heb het over oude Galactische gevechten.’
‘Hebt u het over buitenaardsen die om de Aarde vechten?’
‘Ik heb het over rassen vanuit het hele universum. Veel van deze rassen zijn al heel oud en waren hier lang voordat de eerste mensen kwamen. Ik weet dat jullie dit op school niet leren. Jullie wordt verteld dat de mensen zich via een natuurlijk evolutionair proces ontwikkelden vanuit aapachtige voorouders om de meest intelligente soort op de planeet te worden, en mogelijk zelfs van het hele universum. Maar in waarheid is het precies het tegenovergestelde: mensen zijn niet natuurlijk ontstaan vanuit apen, ze zijn niet alleen in het universum en zijn momenteel niet bepaald de meest intelligente soort.’
‘Dus u heeft het over buitenaardsen?’
Hij kijkt me verbaasd aan.
‘Verrast jou dat? Weet je dat het hele universum bestaat uit net zoveel bewoonbare planeten als dat er mensen op Aarde zijn? En, technisch gesproken, zijn mensen ook buitenaardsen. Jullie zijn lang geleden gezaaid door buitenaardse rassen.’
‘Gezaaid?’
‘Jullie zijn gecreëerd.’

Dit begint een heel vreemd gesprek te worden. Waarom vertelt hij mij dit? Wat moet ik hiermee? Ik schuifel ongemakkelijk heen en weer en Time Bender bemerkt mijn onrust.
‘Luister alsjeblieft nog even naar me,’ zegt hij zachtjes, ‘dan wordt het vanzelf duidelijk.’
Hij vervolgt: ‘De Levende Bibliotheek op Aarde was destijds opgezet als een prachtig Galactisch experiment. Bijna alle rassen namen hieraan deel en dat was beslist een unicum. Vrijwel alles dat groeit, bloeit en leeft – in de vorm van planten, dieren en mensen – is op deze planeet gezaaid vanuit het hele universum.’
‘Probeert u mij nu te vertellen dat mensen door buitenaardse wezens zijn geschapen?’
‘Ja, maar mensen zijn zeer speciaal, ook al zijn zij dit zelf vergeten. Zij zijn wat wij noemen de Koninklijke Species, omdat zij het volledige DNA potentieel in zich dragen. Mensen dragen genen in zich van zo ongeveer elk ras in het universum: Pleiadians, Orions, Lyrans, Sirians, Anunnaki, Vegans, Andromedans, Reptillians en Zeta. Mensen dragen de volledige Universele Codes van Leven in zich. Dat is waarom zij zo bijzonder en waardevol zijn.’
‘Wat is er zo speciaal aan deze codes?’
‘De codes zijn nodig om de Levende Bibliotheek te activeren en je te doen ontwaken voor je volledige potentieel. Dat is waarom het hele universum op dit moment gespannen naar jullie kijkt. Iedereen is benieuwd om te zien wat de mensen nu gaan doen.’

Het wordt steeds drukker om ons heen en Time Bender schuift een stukje in mijn richting om zich verstaanbaar te maken: ‘Ik vertelde je al dat de Aarde nu gaat ascenderen. De enige manier om haarzelf te bevrijden van de ketenen van oorlog en destructie is om haar frequentie te verhogen. En omdat zij dit doet, komen nu ook alle Aardewezens in die verhoogde frequentie. Gaia, jouw moeder, beweegt nu van de derde dimensie naar de vierde en de vijfde. Maar om dit proces te laten gebeuren, heeft zij meer licht nodig.’
‘Wacht, ik ben het spoor bijster. Wat is een dimensie?’
‘Een dimensie is een bandbreedte, een realiteitsfrequentie. Jullie op Aarde leven op dit moment in een derde dimensie realiteit, wat betekent dat je alleen deze frequentie waarneemt – zoals een radio of televisiezender waarop je bent afgestemd. Er zijn veel meer frequenties, maar je ervaart ze alleen wanneer je je ontwikkelt en leert om je erop af te stemmen.’
‘En om dat te kunnen is er meer licht nodig?’
‘Dat klopt. Wanneer meer licht de Aardse atmosfeer binnenstroomt, kunnen de oorspronkelijke codes worden geactiveerd. Dit zal jullie DNA upgraden en uitlijnen. Jullie zullen je grootsheid weer herinneren en de levende belofte van het universum worden.’
‘Wow, dat klinkt episch.’
‘Je moet goed begrijpen dat hetgeen de mensheid nu gaat doen van cruciaal belang is voor alle sterrenrassen. De vraag is: zullen jullie ascenderen naar het volgende niveau en leren om in harmonie met elkaar en jullie planeet te leven, of zullen jullie de Levende Bibliotheek vernietigen en jullie zelf terug katapulteren naar een stenen tijdperk en dientengevolge vele cycli van dood en wedergeboorte in gang zetten?’
‘Als u het zo brengt, dan kies ik voor ascentie.’
Hij glimlacht flauwtjes en zegt: ’Ik ben blij dat je het zo ziet.’
Boing, Boing, Boing.
Het geluid van de theatergong herinnert ons aan de tijd. Nog een paar minuten. Time Bender kijkt me indringend aan en het is net alsof zijn groene ogen beginnen te draaien. Ik vergeet mijn omgeving en hoor alleen nog zijn stem.
’Wat je ook moet weten, is dat er ongelooflijk veel weerstand is tegen jullie ascentie. De Engelen van Vernietiging doen er alles aan om te voorkomen dat dit gebeurt.’
‘De Engelen van Vernietiging? Wist u dat John Lennon over hen heeft geschreven?’
‘Natuurlijk weet ik dat. Dat is ook de reden waarom ik vanavond naar jou uitreik. Er is een goddelijke timing voor dit alles, zoals je zult gaan zien.’
‘Wie zijn die Engelen van Vernietiging precies?’
‘Dit zijn wezens die het contact zijn verloren met de Bron. Je kunt ze niet zien omdat zij in dimensies zitten die jullie nu nog niet kunnen waarnemen. Maar over niet al te lang zullen zij worden ontmaskerd. Wanneer de Aarde ascendeert naar het volgende niveau zullen jullie in hun omgeving komen, de vierde dimensie. Jullie zullen dan de duistere krachten kunnen waarnemen die jullie al duizenden jaren onderdrukken.’
‘Hebt u het over de Illuminatie?’
‘De Illuminatie zijn slechts een van de vele gezichten van de Engelen van Vernietiging. Wat zij najagen, is absoluut macht en controle. Omdat zij hun verbinding met de Schepper zijn kwijtgeraakt, kunnen zij deze voedende energie niet meer in zich opnemen. Om in leven te blijven, voeden zij zich met de energie van anderen.’
‘Zoals parasieten?’
‘Precies. Net zoals jullie gewassen verbouwen en vee houden voor voedsel en kleding, zo houden zij mensen. Zij leven van jullie ziel-energie, die zij oogsten. Wanneer jullie in een staat van angst en spanning zijn, zijn jullie voedsel voor ze. Teneinde jullie in dit angstige bewustzijn te houden, dicteren zij wereldgebeurtenissen.’
Ik moet er behoorlijk geschokt hebben uitgezien, want zijn groene ogen verzachten zich. Hij raakt mijn hand even aan en zegt: ‘Ik weet dat dit schokkend is. Maar zo ernstig als dit is, biedt het ook een grote mogelijkheid. Er is een manier om vrij te breken en het spel te veranderen, maar daarvoor moet je leren om de tijd te buigen.’
Boing. Boing. Boing.
‘Nu de Aarde haar frequentie exponentieel aan het verhogen is, worden de Engelen van Vernietiging steeds wanhopiger. Zij zijn nu bezig hun laatste move voor te bereiden: het orkestreren van een calamiteit die de wereld zal schokken, waarna zij zich zullen presenteren als jullie redders. Zij zullen zich voordoen als de Goden uit de Hemel waar de mensheid al zo lang op wacht. Zij zullen zich presenteren als jullie Messias. Als jullie voor deze list vallen, zullen zij de boel volledig overnemen. Er zal dan geen manier meer zijn om de Levende Bibliotheek te redden en geen hoop meer op een vreedzame ascentie.’
De hal is inmiddels leeg geworden en de laatste bezoekers stromen het theater binnen. Maar Time Bender is nog niet klaar.
’Luister nu goed: de codes om de Levende Bibliotheek te activeren zijn door jullie Moeder lange tijd geleden op een geheime plek verborgen. Zij wist dat er een dag zou komen waarop zij ze zou activeren en ze moest er zeker van zijn dat ze veilig waren.’
‘Waar heeft zij de codes verborgen?’
‘In jou.’
‘In mij?’
‘In jullie allemaal. En zij wil dat jij ze nu activeert.’
‘Maar…’
‘Ik verwacht niet dat je dit alles nu begrijpt. Luister gewoon naar wat ik zeg. Het enige wat je hoeft te doen, is meer licht creëren. Daarom vraagt Gaia jou om Cirkels van Licht te creëren.’
‘Wat betekent dat?’
‘Ik weet het niet, ik ben slechts de boodschapper.’
Hij staat op en reikt me de hand.
‘Dank je voor je tijd en veel geluk met je opdracht.’
‘Mijn opdracht?’
‘Ja, je bent niet onvoorbereid gekomen. Je bent goed opgeleid.’
‘Goed opgeleid? Waarvoor?’
‘Geduld, mijn vriend.’
Boing. Boing. Boing.

2. SALVADOR DALI

‘And up in the clouds I can imagine UFOs chuckle to themselves: “Heh heh.”
They saying: “Those people so uptight, they sure know how to make a mess, hey!”’
Jimi Hendrix, gitarist, zanger, songschrijver.

Vijf maanden later zit ik in een vliegtuig op weg naar Barcelona. Ik heb een pauze nodig van de muziek wereld. De titelsong voor de film werd een hit in Nederland en mijn leven kwam in een stroomversnelling. Ik was non stop bezig en voelde de hete adem van de platenmaatschappij in mijn nek om weer een pakkende tune te schrijven.
Door dat harde werken, begon de lol van muziek maken naar de achtergrond te verdwijnen. Ik speel al gitaar sinds mijnde tiende en kan me geen dag herinneren dat ik niet heb genoten van het gezelschap van mijn trouwe instrument. Maar nu was muziek ineens werk geworden en betrapte ik mijzelf erop dat ik commercieel begon te denken: wat zou het publiek willen, in plaats van wat vind ik zelf mooi?
Tijd om even afstand te nemen dus. Voor mij is er geen mooiere plek om dat te doen dan een klein dorp in het Noorden van Spanje dat Cadaques heet. Er zijn prachtige stranden, rotsachtige snorkel gebieden en het dorp wordt door veel musici en kunstenaars bezocht.
Wanneer het vliegtuig goed en wel is opgestegen en het bordje ‘stoelriemen vastmaken’ is uitgegaan, draait de man die naast me zit zich naar me toe: ‘Zeg, ben jij niet die muzikant van de tv?’
‘Eh, ja, inderdaad.’
‘Hi, ik ben Frank, en ik moet zeggen dat ik echt van die song geniet. Het is heel pakkend met een geweldige gitaarsolo.’
‘Dank je wel, Frank.’

Frank vertelt me dat hij zelf ook gitaar speelt en wij kletsen een tijdje over onze favoriete gitaristen. Jimi Hendrix staat hoog op onze lijstjes. Frank weet zo ongeveer alles over Hendrix en het is leuk om de anekdote te horen over hoe Hendrix voor het eerst naar Londen kwam om met Eric Clapton te jammen en hem op een geleende gitaar van het podium blies. Hij vertelt ook dat The Beatles naar een van zijn shows kwamen, een paar dagen nadat zij hun album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band hadden gepresenteerd. Hendrix opende de show met de titelsong van hun plaat, en knalde er doorheen alsof hij het z’n hele leven al speelde.
‘Wist je,’ zegt Frank nadat we diepgaand Hendrix’ technische vaardigheden hebben geanalyseerd,’ dat Hendrix’ optredens vaak werden begeleid door paranormale gebeurtenissen en zelfs UFO’s?’
Ik kijk hem vol ongeloof aan.
‘Echt? Dat is raar. Een paar maanden geleden had ik een gesprek met een vreemde man die alles over buitenaardsen leek te weten. Hij vertelde me dat buitenaardsen een belangrijke rol hebben gespeeld in de creatie van de mensheid.’
‘Wel, ze hebben zeker een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Jimi Hendrix. Je zou zelfs kunnen zeggen dat wij mogelijk nooit van Hendrix hadden gehoord als buitenaardsen hem niet hadden geholpen.’
‘Hoe dan?’
‘Heb je ooit gehoord van Curtis Knight?’
‘Was hij niet de zanger waarmee Hendrix speelde voordat hij beroemd werd?’
‘Dat klopt. Knight heeft nadien twee boeken geschreven over zijn ervaringen met Hendrix. Knight beschrijft onder meer wat er op een nacht nabij Woodstock gebeurde. De band was op weg naar huis van een optreden toen er plotseling een sneeuwstorm losbrak. De storm was zo hevig dat de auto vast kwam te zitten. Zij probeerden het warm te houden in de auto, maar de temperatuur bleef dalen en na een tijdje werden ze echt bang dat ze dood zouden vriezen.’
‘Wow, wat gebeurde er?’
‘Ineens zag Knight, die achter het stuur zat, iets oplichten in de sneeuw vlak voor hun auto. Het schijnsel kwam van een kegelvormig object waarvan Knight overtuigd was dat het buitenaards moest zijn. Hij raakte in paniek, evenals zijn bandleden. De enige die volstrekt rustig was, was Jimi. Hij leek telepathisch te communiceren met het wezen dat nu uit het voertuig kwam.’
‘Echt? Hoe zag dat wezen eruit?’
‘Het was geelachtig met gleuven als ogen. Het liep niet, maar gleed. Overal waar het wezen naar toe gleed, deed het de sneeuw smelten. Ze keken vol ontzetting toe. Zodra Knight kans zag, trapte hij het gaspedaal vol in om zo snel als hij kon weg te komen bij het wezen dat hen zojuist had bevrijd. Op het moment dat Knight gas gaf, schoot het schip omhoog.’

‘Lunch heren?’
Ik vind het lastig om me te concentreren op mijn lunch. Wat een verhaal over Hendrix en zijn buitenaardse connectie. Ik vraag Frank of Hendrix vaker dergelijke ervaringen had.
‘Het verhaal gaat dat hij en zijn broer toen zij jong waren vanuit hun slaapkamerraam in Seattle een ruimteschip zagen. Ik denk dat er toen iets openging voor kleine Jimi. Hij was volledig gefascineerd door sci-fi en buitenaardse wezens. Een tijdlang stond hij er zelfs op om Buster te worden genoemd. Hij was namelijk volledig geobsedeerd door Flash Gordon, een van de eerste science fiction helden. Flash Gordon werd gespeeld door een man die Buster Crabbe heette.’
‘Was Flash Gordon niet een blonde hunk?’
‘Haha, ja dat is waar. Maar dat maakte kleine Jimi niets uit.’
‘Zijn er andere muzikanten die ervaringen hebben gehad met buitenaardsen?’
‘Elvis Presley schijnt voor een belangrijk deel van zijn leven in het gezelschap te zijn geweest van buitenaardsen. Het begon al toen hij werd geboren. Elvis’ vader was tijdens de bevalling om twee uur ’s nachts even naar buiten gegaan om een sigaret te roken. Toen hij omhoog keek, zag hij vreemde pulserende blauwe lichten. Hij zegt dat hij toen wist dat er iets speciaals aan het gebeuren was.’
‘Vertel me meer!’
‘Mick Jagger zag ooit een sigaarvormig moederschip toen hij in Glastonbury kampeerde met zijn toenmalige vriendin Marianne Faithful. Een jaar later zag hij een tweede ruimteschip tijdens het concert in Altamont. Het maakte zo’n grote indruk op hem, dat hij zelfs een UFO detector op zijn landgoed liet installeren.’
‘Ik weet niet wat ik moeilijker vind om te geloven: dat Mick Jagger een UFO zag of dat hij kampeerde. Wat is trouwens een UFO detector?’
‘Weet ik niet precies. Misschien een soort radar systeem? Wist je dat UFO’s tegenwoordig zo vaak worden waargenomen door radarsystemen op militaire bases in de VS, dat ze worden uitgefilterd?’
‘Echt? Waarom doen ze dat?’
‘Ze zien zoveel UFO’s en ze kunnen er niets mee. Daarom hebben ze UFO filters ingebouwd. Ze negeren ze gewoon.’
‘Dus UFO’s zijn voor de militairen in Amerika de gewoonste zaak van de wereld, terwijl de meeste mensen zich nog steeds afvragen of buitenaardsen werkelijk bestaan? Bizar!’

Wanneer de thee en koffie wordt geserveerd, vertelt Frank over nog meer muzikanten die in contact zijn geweest met buitenaardsen: ‘Keith Richards was ervan overtuigd dat UFO’s landden op zijn Redlands Estate in Sussex. Richards is er ook van overtuigd dat buitenaardsen op de een of andere manier zijn verbonden met het ontstaan van de mens.’
‘En David Bowie?’
‘Haha, ja natuurlijk! Bowie heeft als kind verschillende keren UFO’s gezien. Zijn voormalige vrouw Angela heeft ze ook gezien. Toen zij in 1974 naar Detroit reden, zagen zij een voertuig in de lucht hangen. Later rapporteerde een tv-station een UFO-crash in Detroit waarbij vier buitenaardsen waren gevonden.’
‘Weet jij van musici van de jongere generatie die gelijksoortige ervaringen hebben?’
‘Ik weet dat Robbie Williams zo betrokken raakte bij het fenomeen dat hij zelfs heeft overwogen om een full time UFO-loog te worden. Hij heeft bij verschillende gelegenheden buitenaardsen gezien en beschrijft ze als gouden ballen van licht, die lijken te dansen op zijn songs wanneer hij die zingt.’

‘Dames en heren, de captain heeft zojuist het ‘maak uw stoelriemen vast’ signaal gegeven. Als u dat nog niet heeft gedaan, plaats dan alstublieft uw handbagage onder de stoel voor u, of in de opbergruimtes boven uw hoofd. Ga alstublieft zitten en maak uw gordel vast. Zorg er ook voor dat uw stoel rechtop staat en dat uw tafels zijn opgeklapt.’
Frank en ik nemen afscheid van elkaar met een stevige hug en vier uur later rijd ik in mijn huurauto Cadaques binnen. Nadat ik heb ingecheckt in mijn kleine hotelkamer, besluit ik een slaapmutsje te nemen in een van de bars op het centrale plein, tegenover het strand. De kroeg die ik binnenga heet l’Hostal en is vermaard om goede live muziek.
Op het podium zit een prachtige jonge vrouw die gitaar speelt en aangrijpende Spaanse liederen zingt. Haar stem doet me denken aan het doorleefde schuurpapier van Janis Joplin, terwijl deze vrouw niet veel ouder kan zijn dan 25. Ik begrijp geen woord van wat ze zingt, maar de songs gaan recht mijn hart binnen. Tijdens de pauze loop ik naar haar toe en complimenteer haar. Anna lacht verlegen en vertelt dat het Catalaanse volksliedjes zijn. We kletsen even en dan moet ze weer op.
Na een uur begin ik slaperig te worden. De vermoeidheid van vele maanden te weinig slaap, vragen hun tol en de gin tonics helpen daar niet echt bij. Het lukt me om de weg terug naar mijn hotel te vinden en in mijn kamer aangekomen, val ik in een diepe slaap. Ik droom over meisjes met gitaren die betoverende liedjes zingen in ruimteschepen.

De volgende ochtend ontbijt ik op het strand. De croissants en koffie smaken fantastisch en ik begin te ontspannen. Ik tuur over de oceaan en in de verte zie ik vissersboten die terugkomen van hun nachtelijke vaart. De bootjes worden gevolgd door een wolk zeemeeuwen die zo nu en dan duikt naar de te kleine visjes die overboord worden gegooid.
Na het ontbijt wandel ik over het strand en vind een lekker plekje om wat gitaar te spelen. Het gesprek met Frank suist nog na en ik besluit om te zien of ik Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band kan spelen. Ik zoek wat grepen en al snel ben ik aan het zingen: ‘It was twenty years ago today, Sgt. Pepper taught the band to play. They’ve been going in and out of style, but they’re guaranteed to raise a smile. So may I  introduce to you the act you’ve known for all these years: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.’

Plotseling hoor ik achter me een stem die meezingt: ’Sgt. Pepper’s lonely, Sgt. Pepper’s lonely, Sgt. Pepper’s lonely Hearts Club Band…’
Ik kijk om en zie een lachend gezicht.
‘Anna!’
‘Hi, dat klonk goed! Heb je zin om samen te spelen?’
‘Tuurlijk!’
Zij pakt haar gitaar uit, gaat naast me zitten, sluit haar ogen en begint zachtjes te tokkelen. Ik luister een tijdje en val dan rustig in met wat licks. De song is makkelijk te volgen. Ik sluit ook mijn ogen en verwonder me over zoveel geluk. Hier zit ik dan op het strand en speel prachtige liedjes in de zon met deze mooie, getalenteerde vrouw.
Wij spelen vele uren samen. Tussendoor kletsen we over muziek, onze levens en lachen veel samen. Ik begin de liedjes nu goed te kennen en ga zelfs achtergrond koortjes zingen. Ik heb geen idee wat ik zing – mijn Spaans is nihil – maar het klinkt prima.
Wanneer het tijd is voor lunch en siësta neemt zij me mee naar haar appartement. Pas laat in de middag worden we in elkaars armen wakker. Anna kijkt op de klok en zegt: ‘We hebben nog net tijd voor een douche, dan moet ik naar l’Hostal voor de show. Heb je zin om mee te gaan?’
‘Tuurlijk.’
‘Wil je dan ook meespelen?’
‘Op het podium? Vanavond? Met jou?’
‘Ja!’
‘Wow.’

We douchen samen, pakken onze gitaren in en gaan op weg. Ik voel me nu toch wat nerveus worden. Het is één ding om op het strand lekker wat aan te klungelen, maar heel anders op een podium voor publiek. Maar Anna lijkt volledig ontspannen en gelukkig te zijn. Ze maakt zich niet druk.
Wanneer wij bij l’Hostal aankomen, heeft ze een paar minuten nodig om de manager te overtuigen dat ik mee moet spelen. Met duidelijke tegenzin zet hij een tweede microfoon neer en laat me zien waar ik mijn gitaar kan inpluggen.
Een kwartier later geeft hij ons een seintje en beklimmen we het podium. De zaal valt stil en terwijl ik ga zitten realiseer ik me dat ik er niet eens aan heb gedacht om mijn gitaar te stemmen. Het zweet breekt me uit, terwijl Anna begint te tokkelen. De eerste minuut ben ik alleen maar bezig met mijn gitaar in tune te krijgen, maar daarna sluit ik mijn ogen en neemt de muziek het over.
Tussen de liedjes door kijk ik af en toe naar Anna. Ze is duidelijk aan het genieten. We smelten steeds meer samen en na een tijdje voelt het alsof we opnieuw de liefde bedrijven, maar nu via onze muziek. De avond wordt een daverend succes en na afloop vraagt de manager of ik morgen ook weer kom spelen.
De volgende avond is de zaal nog voller. Terwijl Anna zingt over ‘haar geliefde die naar de zee vertrok en nooit terugkwam’ zing ik iets dat waarschijnlijk klinkt als ‘jouw moeders auto is stuk en de paus is dood’. Er wordt veel gelachen, er is ontroering en er zijn tranen.

Tijdens ons optreden op de derde avond verschijnt een flamboyant geklede man in de deuropening. Hij wandelt gracieus door de menigte, drukt hier en daar een hand, glimlacht minzaam en gaat recht tegenover ons aan de bar zitten. Zijn ogen lijken zich in me te boren en ik moet mijn best doen om me op de muziek te concentreren.
Tussen twee liedjes door vraag ik aan Anna wie die man is.
‘Zijn naam is Carlos. Hij is een vriend van Dali.’
‘Dali? Je bedoelt Salvador Dali, de schilder?’
‘Ja.’
Na de show komt Carlos direct naar ons toe en introduceert zichzelf.
‘Ik ben Carlos,’ zegt hij, terwijl hij mijn hand in de zijne neemt en deze zeker dertig seconden vasthoudt zonder iets te zeggen.
Ik probeer me te bevrijden uit zijn greep, maar dat gebeurt pas als Anna hem een lichte por geeft.
‘Zo is het wel genoeg Carlos,’ zegt ze plagend.
Carlos zucht, draait met zijn ogen en zegt: ‘OK, ik ken mijn plek. Willen jullie iets drinken?’
‘Gin tonic alstublieft.’
Wanneer de drankjes arriveren complimenteert hij ons.
‘Op jullie, een prachtig stel! Salut!’
We heffen het glas, nemen een slok en kijken elkaar blozend aan.
Carlos onderbreekt onze verliefde blikken en vraagt me: ’Heb je wel eens gehoord van Salvador Dali?’
‘Ja, natuurlijk.’
‘Ik ben zijn afgezant en heb een vraag. Zouden jullie morgenavond naar zijn huis willen komen om voor hem en een klein gezelschap van speciaal genodigden willen spelen?’
Mijn mond valt open van verbazing? Gebeurt dit echt?
Carlos glimlacht geroutineerd. Waarschijnlijk heeft hij deze reactie vaker gezien. Hij legt uit: ‘Mijn meester vindt het leuk om zo nu en dan wat entertainment te verschaffen als hij gasten ontvangt. Ik denk dat hij van jullie songs zal genieten aangezien hij van Catalaanse afkomst is.’
Anna is de eerste die kan spreken: ‘Dat is fantastisch! Natuurlijk willen wij voor Dali spelen, toch?’
‘Tuurlijk.’
Carlos lijkt tevreden: ’Afgesproken dan. Morgenavond om acht uur zal ik jullie opwachten bij de hoofdingang van zijn woning. Het huis ligt net over de heuvel aan de oostkant van de stad.’

De volgende avond arriveren we een paar minuten te vroeg bij het hek van Dali’s mansion. Ik draag het enige nette shirt dat ik bij me heb en Anna heeft voor de gelegenheid haar donkere krullen gekamd. Carlos verwelkomt ons en leidt ons door het huis. Ik probeer alles zo snel mogelijk in me op te nemen.
‘Dit zijn de schatten die zo waardevol zijn dat zij niet in een museum terecht zijn gekomen’ vertel ik mijzelf terwijl ik in Anna’s hand knijp. Ik zie vreemde sculpturen, scheve eieren, beren met juwelen, smeltende klokken en schilderijen van wezens met lange ledematen.
In het centrum van de villa bevindt zich een binnenplaats waar we Dali en zijn gasten ontmoeten. Dali is gekleed in een lang wit gewaad en houdt een gouden scepter in zijn rechterhand. Zijn snor is omhoog gekruld en ziet er erg grappig uit. Gala – zijn vrouw – is in het zwart gekleed met een groot lint in haar haar en ziet er net zo buitensporig uit als haar man. Er zijn nog vier andere mensen, maar wij worden niet voorgesteld.
Vol spanning installeren we onze instrumenten en zodra we zitten begint Anna een van haar meest aangrijpende liederen te zingen. Dali herkent de melodie meteen, glimlacht en leunt achterover in zijn troon. Zo nu en dan sluit hij de ogen en speelt met zijn indrukwekkende snor.
Ik prijs me gelukkig dat mijn gitaar is gestemd en dat het geluid goed is. Ik sluit mijn ogen en laat de muziek spelen, daar onder de sterren in het huis van Salvador Dali.

Na dertig minuten geeft Carlos ons een subtiel teken. Tijd om te stoppen. We pakken onze instrumenten in en lopen naar Dali om gedag te zeggen. Hij kust Anna’s hand en streelt haar haar. Dan draait hij zich naar mij.
‘Je hebt een Catalaans hart.’
‘Dank u meneer.’
‘Ken je mijn werk?’
‘Ja meneer, ik heb een dag doorgebracht in uw museum in Figueras.’
‘Wat vind je ervan?’
‘Ik vind uw kunst geweldig, sir.’
‘Wat vind je er zo geweldig aan?’
‘Eh, uw werk voelt als een droom meneer. Het voelt alsof ik in een droom stap.’
‘Ja, het leven is ook een droom. Heb je de smeltende klokken gezien?’
‘Ja.’
‘Weet je waar die voor staan?’
‘Nee meneer.’
‘Zij symboliseren de flexibiliteit van tijd. Ze laten je zien dat je de tijd kunt buigen.’
Mijn mond valt open.
‘Hoe weet u…?’
Maar hij onderbreekt mijn vraag door lichtjes met zijn scepter op mijn schouder te tikken.
‘Ga nu blauwogige Catalaan. Ik wens je veel succes met jouw missie.’

3. DADI JANKI

‘Tell your leader, Sir or Ma’am, we come in peace. We mean no harm.
Somewhere out there in the unknown all ET’s are phoning home.’
‘Aliens’ van Coldplay, van hun album Kaleidoscope.

Terug in Nederland word ik onmiddellijk in de stress van alledag getrokken. Mijn band gaat weer op tournee en deze keer reizen we door België en Duitsland. Ik mis Anna en schrijf haar briefkaarten vanuit iedere stad waar ik ben. Op iedere kaart teken ik mijzelf met mijn gitaar voor een monument of de concertzaal waar we spelen. Anna stuurt me briefkaarten uit Cadaques en Barcelona. Maar na een paar maanden stopt ze ineens met schrijven.
Ik mis haar. Ze heeft me heel erg geholpen om weer plezier te krijgen in muziek. Het was heerlijk om met haar te spelen. De liedjes waren zo eenvoudig en maakten het mogelijk om te improviseren zonder na te denken en met de muziek mee te vloeien. Er was geen strak kader, geen ingestudeerde danspasjes, geen lichtshow. Iedere keer dat we samen speelden klonken de liedjes weer fris en nieuw.
Anna liet mij zien dat muziek niet zozeer gaat over techniek, maar vooral over soul, lef en gevoel. Maar de jaren vliegen voorbij en geleidelijk aan vergeet ik Anna en haar wijze lessen. Ik word weer deel van een machine, al is het wel een hele leuke machine. We hebben nog een paar hits en twee van onze platen worden goud en zelfs platina.

Maar toch… iets diep in mij is nooit echt vervuld. Er lijkt iets te ontbreken, waar ik mijn vinger niet op kan leggen. Steeds vaker denk ik terug aan die vreemde ontmoeting met Time Bender en begin me af te vragen wat mijn werkelijke missie of opdracht nu precies is. Maar in al die jaren laat Time Bender zich niet een keer zien.
Op een morgen sjees ik op mijn fiets door Amsterdam op weg naar een repetitie. Zoals gewoonlijk ben ik in gedachten verzonken over de dag die voor mij ligt en kijk ik nauwelijks om me heen. Maar wanneer ik voor een rood stoplicht sta, wordt mijn blik getrokken door een enorm reclamebord met daarop een afbeelding van Time Bender. Onder de foto staan twee woorden: Dadi Janki.
Ik sta als aan de grond genageld en heb helemaal niet door dat het licht op groen is gesprongen. Achter mij begin mensen te bellen. Ik ga van het fietspad af en kijk weer omhoog naar het reclamebord. Het is weg. Nergens een reclamebord te zien. Ik stap van mijn fiets en schrijf de woorden op: Dadi Janki.
Een week later ben ik op bezoek bij Arthur, de keyboardspeler van mijn band. Het was me opgevallen dat Arthur de laatste weken sterk was veranderd. Van een verwilderde, chaotische free jazz muzikant (met bijbehorend interieur) was hij aan het veranderen in een rustige, weloverwogen en verstilde persoonlijkheid. Zijn geheim: hij was gaan mediteren.
Arthur vertelt er mij deze avond meer over en heeft het over een organisatie die hem heeft leren mediteren: de Brahma Kumaris Spiritual University. Het is een organisatie die wordt geleid door vrouwen uit India. Ze hebben geen goeroe en onderwijzen een simpele techniek die heel effectief is.
‘Wow,’ zeg ik, ‘als meditatie ook zoveel effect op mij heeft, wil ik dat wel eens proberen. Moet ik dan naar India?’
‘Nee hoor, er is een centrum op de Haarlemmerdijk in Amsterdam.’
‘Maar is het niet beter om naar India te gaan en het daar te leren bij die wijze vrouwen?’
‘Als je dat echt wilt, kan dat waarschijnlijk wel.’
‘Wie is het hoofd van de organisatie?’
‘Het wordt geleid door een hele wijze en krachtige yogini. Ik heb nog nooit zoveel power gevoeld in een mens.’
‘Klinkt goed. Hoe heet ze?’
‘Dadi Janki.’

Thuisgekomen kijk ik in mijn agenda en boek direct een vlucht naar New Delhi. Daar zal ik een trein moeten nemen die me dwars door Rajasthan naar de ashram van de Brahma Kumaris zal brengen, hoog in de bergen nabij een plaats die Mount Abu heet.
Wanneer ik land op Delhi Airport voel ik mij onmiddellijk thuis. Het land is ongelooflijk chaotisch en vol armoede en vreemde gebruiken – zoals het kaste-systeem en de heilige koeien die al het verkeer blokkeren – maar veel mensen stralen een rustige spiritualiteit uit die ik maar zelden in het Westen tegenkom. Zelfs iedere taxi is als een tempel vol met kleurige goden op het dashboard zoals de aap-god Hanuman, de olifant-god Ganesh, Krishna, Lakshmi, Narayan, Shankar, Shiva, Parvati, Durga, Boeddha en zelfs Christus.
Het Hindoeïsme is een zeer complexe religie die bestaat uit veel subreligies. Er is geen centrale autoriteit, dus elke Hindoe maakt zijn eigen persoonlijke geloofssysteem. Hindoes vereren 33 miljoen verschillende goden en godheden, hebben ontelbare geschriften, rituelen, priesters, monniken, goeroes en een eindeloze variëteit van tegengestelde do’s and don’ts.
Er is een mooi verhaal dat de complexiteit van het Hindoeïsme illustreert. Een rijke zakenman uit Mumbai, die een devote aanbidder was van Krishna, kreeg een visioen van Krishna en mocht een wens doen. Hij was zo verbijsterd dat het enige wat hij kon bedenken, was een brug tussen Mumbay en New York omdat zijn dochter daar studeerde.
Krishna hoort de wens aan en valt even stil. Dan zet hij: ‘Dat is nogal wat om te vragen. Weet je hoe ongelooflijk complex en ingewikkeld het is om zo’n brug te bouwen? Is er echt niets anders dat je wenst?’
De zakenman denkt even na en zegt dan: ‘Ik ben mijn leven lang een devoot Hindoe geweest, maar snap nog steeds niet goed waar het nu allemaal over gaat. Kunt u dat aan mij uitleggen alstublieft?’
Krishna valt weer even stil, kijkt naar de grond en zegt dan: ‘In wat voor kleur wil je de brug hebben?’

Na een paar dagen te hebben rondgezworven in New Delhi neem ik de bus naar Agra om de Taj Mahal te bezoeken. Net buiten de stad zie ik een man op de hoek van de straat liggen. Zijn benen liggen deels op de weg en tot mijn afgrijzen ziet de buschauffeur hem niet en rijdt over zijn benen heen. Ik schreeuw en ren naar de chauffeur, hem gebiedend om te stoppen.
‘Waarom? Wat is er aan de hand?’
‘U reed net over een man heen!’
‘Ik heb geen man gezien.’
‘Ga terug, we moeten hem helpen!’
De chauffeur kijkt me nauwelijks aan, haalt zijn schouders op en rijdt gewoon door.
Een dag later stap ik in de trein naar Mount Abu. Het grootste deel van de reis sta ik in de open deuren en geniet van de kleurrijke plaatsen waar we langskomen. Wat een andere wereld is dit!
Wanneer we in Mount Abu aankomen, voelt de ashram als een ware oase. Het is er brandschoon. Iedereen is in het wit gekleed en iedereen lijkt voortdurend te glimlachen. Bij de poort word ik door Satish verwelkomt, een jonge broeder die mij naar mijn kamer brengt. Onderweg vertelt hij me dat het een geweldige eer is om Dadi Janki te mogen ontmoeten.
‘Wist je dat wetenschappers haar hersengolven hebben onderzocht en haar brein hebben beschreven als ‘the most stable mind in the world’. Haar hersengolven bleven onverstoorbaar delta golven produceren terwijl ze allerlei ingewikkelde mentale oefeningen uitvoerde. Of ze nu kookte, at, lezingen gaf, berekeningen maakte, sprak of sliep: ze bleef stabiel.’
‘Dat is zeker een eer voor mij. Ik vrees dat dat een ontmoeting gaat worden tussen de meest stabiele en de meest chaotische mind van de wereld.’
‘Haha, maak je geen zorgen. Dadi is zeer genadevol. Dit is je kamer. Laat me maar weten als je verder nog iets nodig hebt. Over een uur begint er een meditatie en een lezing van Dadi Janki in het auditorium dat je hebt zien liggen toen je hier aankwam. Ik zie je daar!’
Mijn kamer heeft een prachtig uitzicht over de bergen die de ashram omringen. In de verte zie ik een meer dat in het felle zonlicht als een juweel tussen de groene heuvels schittert. Ik neem een douche (met een emmer), trek wat schone kleren aan, eet wat fruit, en begeef me naar de meditatiehal.
Daar aangekomen, zie ik dat het auditorium afgeladen vol is maar dat je een speld kunt horen vallen. Honderden in het wit gekleed yogi’s lijken in een staat van diepe meditatie te zitten. Ik voel me een indringer en aarzel op de drempel. Ik word me niet alleen pijnlijk bewust van mijn chaotische mind, maar ook van mijn oranje shirt en verschoten spijkerbroek. Gelukkig is Satish daar om mij te redden.
‘Hier broeder, je kunt mijn witte sjaal lenen. Ga daar maar zitten, lekker vooraan zodat je Dadi goed kunt zien. Ze zal er zo wel zijn.’

Na een paar minuten gaan de lichten in de zaal aan en verschijnt Dadi Janki op het podium. Ze lijkt sprekend op ET uit de film van Spielberg. Ze heeft dezelfde grappige waggel als zij loopt en haar hoofd is ook veel te groot voor het kleine lichaam. Net als ET heeft ze lange vingers die voortdurend bewegen.
Ik hoop dat dit niet respectloos overkomt, want ik beschrijf nu slechts haar uiterlijk. De eerste indruk van Dadi is echter niet zozeer haar uiterlijke vorm, maar het charisma dat zij uitstraalt. Haar ogen zijn diep, donker en intens priemend. Ze lijken alles en iedereen tegelijkertijd in zich op te nemen, alsof ze in een keer de hele zaal scant.
Dan gaat ze zitten en neemt een paar minuten rustig de tijd om de hele zaal rond te kijken. Ieder van ons krijgt een persoonlijke blik (drishti genoemd). Haar blik voelt als een laserstraal die door de zaal heen gaat. Langzaam maar zeker komt die laserstraal mijn kant op. Ik word nu echt nerveus en ben bang dat ze dwars door mij heen zal kijken.
Wanneer haar ogen de mijne ontmoeten, is er een kort moment van paniek. Ze kijkt inderdaad dwars door me heen, dwars door mijn zorgvuldig opgebouwde imago van de coole popster. Ik voel mij volledig kwetsbaar en naakt. Ik wil wegrennen en zo snel mogelijk terug naar Amsterdam, maar ik kan mij niet verroeren. Ik zit gevangen in haar laserstraal.

Wat vervolgens gebeurt, is moeilijk te beschrijven. Het voelt alsof al mijn angsten, zorgen, controlesystemen en afweermechanismen in een keer wegvallen. Ik voel me vrij, licht, gelukzalig.
Na een paar minuten begint Dadi Janki te praten: ‘Om shanti.’
‘Om shanti,’ echoot de zaal.
‘Om shanti is een groet van vrede. Wanneer we om shanti zeggen, herinneren wij onszelf eraan wie we werkelijk zijn. Wij zijn vreedzame wezens, wij zijn eeuwige zielen, vonken van licht die in dit fysieke lichaam leven. Meditatie leert ons de kunst van onszelf te ervaren in de meest pure vorm van bewustzijn. Je bent niet je lichaam, maar de ziel die in dit lichaam woont. Je kunt de ziel ervaren als een ster van licht in het midden van je voorhoofd.’
Ze valt even stil om deze informatie te laten inzinken. Dan zegt ze zacht, alsof ze persoonlijk in mijn oor fluistert: ’Kun je dit voelen? Kun je voelen dat je dit prachtige lichtwezen vanuit een andere dimensie bent die naar de Aarde is gekomen om een rol te spelen op het podium van het leven?’
Ik concentreer me op de punt van licht in mijn voorhoofd en ineens voelt het alsof ik uit mijn lichaam schiet en het heelal in reis. Onder mij zie ik de Aarde steeds kleiner worden. Ik breek door de wolken heen en bevind me in een andere werkelijkheid. De zon lijkt hier altijd te schijnen. Het voelt als thuis, in een warm bad van vrede en vreugde.
In de verte hoor ik de stem van Dadi Janki: ’Dit is hoe het voelt om met de Bron te worden herenigd. Dit is hoe het voelt om thuis te komen na een lange reis door tijd en ruimte.’

Na afloop van de meditatie staat Dadi Janki op uit haar stoel en loopt naar de rand van het podium. Daar blijft ze staan met de handen op de rug. Ze doet me denken aan een generaal die de troepen inspecteert. Weer blijven haar ogen op mij rusten, dit keer voor een behoorlijk lange tijd.
Wanneer zij van het podium loopt, wenkt zij Satish. Hij rent naar haar toe en ze wisselen enkele woorden uit. Dan komt Satish terug en gaat naast me zitten.
‘Dadi wil je vanmiddag zien.’
‘Wat? Waarom?’
‘Dat zei ze niet.’
‘Denk je dat ze heeft gezien dat ik de meest onstabiele mind ter wereld heb en mij een reprimande wil geven dat ik bij jullie, gevorderde yogi’s ben gaan zitten?’
Satish lacht. ’Nee, natuurlijk niet. Zij kan er streng uitzien, maar in feite is ze zeer liefdevol. Maak je geen zorgen. Rust lekker uit, dan haal ik je iets voor drieën op en gaan we samen naar haar kamer.’
Ik kijk op mijn horloge en zie dat ik net genoeg tijd heb om naar het dorp te rennen om witte kleding te kopen, me te scheren en voor te bereiden op de ontmoeting met Dadi Janki.

Wanneer Satish mij komt halen, lopen we richting het deel van de ashram waar de yogi’s hun residentie hebben. We komen bij een kleine binnenplaats met een altaar in het midden. Satish vertelt me dat het een monument is ter ere van Brahma, de oprichter van de organisatie. Aan de andere kant van het plein staan drie huisjes. De middelste is duidelijk van Dadi, aangezien ik mensen in verschillende staten van verrukking uit het gebouw zie komen.
Op de veranda van de cottage begroet een oudere zuster mij met een glimlach. ‘Ah, welkom,’ zegt ze. ‘Jij bent vast die nieuwe broeder uit Holland. Wij noemen het hier Holy-land. Kom binnen alsjeblieft.’
Satish geeft mij een bemoedigend duwtje en ik stap de kamer binnen. Dadi zit in een stoel aan de andere kant van de kamer. Ze gebaart me naar haar toe te komen en plaats te nemen op het kussen dat voor haar stoel ligt. Verder zegt ze niets, geen enkele begroeting. Ze kijkt mij alleen maar indringend aan met haast lichtgevende ogen.
Ik voel me erg ongemakkelijk en besluit de stilte te doorbreken: ‘Dank dat u mij wilt ontvangen. Het is een grote eer voor mij. Ik heb veel over u gehoord. Zelfs in Nederland hebben ze het over u en…’
‘Om shanti.’
‘Oh ja, Om shanti.’
‘Weet je wat deze begroeting betekent?’
‘Ja, Satish heeft me verteld dat het “ik ben vrede” betekent.’
‘Heb je dit ook ervaren?’
‘Uh, een beetje.’
‘Goed zo. Oefening is de basis voor spirituele groei. Dadi wil dat je de vrede die je hier vindt meeneemt en naar het Westen brengt, zodat je anderen kunt helpen om hun oorspronkelijke staat te ervaren.’
‘Ik zou dat graag doen.’
‘Je hebt een goed hart en veel moed, maar je moet meer oefenen. Je kunt een tijdje in de ashram blijven en leren hoe te mediteren. Satish zal jouw leraar zijn.’
‘Dank u wel.’
Zij kijkt me weer diep aan, maar omdat ik zo dicht bij haar zit, zie ik dat ze niet zozeer in mijn ogen kijkt, maar naar het punt in mijn voorhoofd.
‘Dadi weet al dat je een rol hebt te spelen om mensen te helpen hun weg naar huis te vinden. Maar eerst moet jij de weg vinden.’
‘Hoe kan ik dat doen?’
‘Mediteren leert je om naar God te luisteren, die wij Shiva noemen. Shiva betekent punt van licht. God is al lang bezig om naar je uit te reiken, maar jouw lijn is altijd bezet. Hij roept al langer naar je, maar je kon het niet horen omdat je gedachten in de weg zitten.’
‘God heeft geprobeerd om mij te bereiken?’
‘Ja, hij heeft plannen voor jou. Hij wil dat je de vlam van binnen ontsteekt. Hij wil dat je meer licht creëert.’
‘Hoe kan ik dat doen?’
‘Vraag dat niet aan mij, maar aan Shiva. Leer hoe je stil kunt zijn, leer om te luisteren. Ga nu. Zoek Satish en vraag hem om jou te leren over meditatie en de filosofie van Raja Yoga.’
Ze pakt wat zoetigheden uit een schaal die naast haar staat en drukt me die in de hand. Ik bedank haar en dan geeft ze mij een stukje papier. Ik vouw het open en lees: ‘Geduld zal je de meester maken over iedere situatie.’
Ik moet het hardop aan haar voorlezen en dan kijkt ze me streng aan. Ze buigt naar voren en pakt mijn oorlel beet. Dan zegt ze: ‘Dadi zal bij Satish nagaan of jij jouw meditaties elke dag doet. Als ze hoort dat je niet dagelijks hebt geoefend, zal ze keihard aan je oor trekken!’

4. DE REIZIGERS

‘I have seen UFOs playing tag between the stars many times in the early morning hours.’
Muhammad Ali, drievoudig zwaargewicht boks kampioen van de wereld.

De volgende ochtend word ik om vier uur wakker van het geluid van een Hindi lied dat uit de luidsprekers van mijn kamer schalt. Het lied wordt door de hele ashram gehoord en dient als een wekker voor de yogi’s. Satish vertelde mij over de vroege ochtend meditaties. Ze worden Amrit Vela genoemd, wat ‘nectar van de ochtend’ betekent. Volgens Satish is dit de beste tijd om te mediteren.
Als iemand mij dat die dag had verteld, dat ik de volgende tien jaar iedere dag om vier uur zou opstaan voor meditatie, had ik hard gelachen. Maar dat is wat ik deed. Ook al bleef ik in Amsterdam wonen en zag ik Dadi Janki maar een keer per jaar, iets in mij was wakker geworden: een diep verlangen to phone home, zoals ET dat zei. En natuurlijk wilde ik voorkomen dat Dadi Janki keihard aan mijn oor zou trekken.
De meditatiehal is al vol wanneer ik iets na vieren arriveer. Het is koud en de meesten van hen zijn in dekens gehuld. Ik ben dankbaar voor mijn wollen ondergoed en de sjaal die Satish mij gaf. Ik ga achterin de zaal zitten, sluit mijn ogen en concentreer me op de punt van licht in mijn voorhoofd.
‘Ik ben een ziel, een wezen van licht,’ zeg ik tegen mezelf. Na een paar minuten voel ik een tintelende sensatie. Het is alsof al mijn energie zich samenbalt in dit ene punt in mijn hoofd. Mijn gedachten lijken heel ver weg, als wolken aan de horizon. Ze zijn niet echt weg, maar ik zit er niet langer middenin. Ik bekijk ze van afstand en merk dat ik glimlach. Ik zit in het oog van de orkaan.
Na een tijdje lossen ook de gedachten aan de horizon op en wordt mijn hoofd stil. Op dat moment ervaar ik een krachtige aanwezigheid, als een zon die elke cel van mijn lichaam, hart en ziel verwarmt. Ik voel me opgetild boven de zwaarte van de Aarde, en ervaar een rood-gouden gloed, helend en koesterend. Het voelt alsof ik baad in een oceaan van vredig licht.
Na vijfenveertig minuten begint een lied te spelen en is de meditatie voorbij. Ik had nog een uur door kunnen gaan. Mijn benen denken daar echter anders over en ik ben blij dat ik ze uit de knoop kan halen. Ik loop stijf en ongemakkelijk naar de deur en buiten vang ik de eerste stralen zonlicht die over de bergen schijnen. Vogels sjirpen om me heen en in de verte zie ik kleine aapjes in de bomen spelen. Wat een idyllisch oord is dit!

Tijdens het ontbijt komt Satish bij me zitten. Hij ziet er stralend uit, maar dat is voor hem waarschijnlijk heel normaal. Hij is een bijzondere yogi, zo hebben anderen mij verteld. Hij mag koken voor de oudere zusters. Dit is een grote eer want de meest krachtige yogi’s in ashrams zijn meestal in de keuken te vinden. Het idee daarachter is dat iedereen hun voedsel eet. Als zij met liefde koken, eet iedereen liefde. Als zij ongelukkig zijn, wordt iedereen ongelukkig.
‘Ben je klaar voor je eerste les?’
‘Ik kan niet wachten!’
‘Goed. Kom na het ontbijt naar het binnenplein en dan gaan we naar een speciale plek waar ik je kan onderwijzen.’
Als ik na het ontbijt op de grote binnenplein aankom, barst het daar al van het leven. Nieuw gearriveerden – meestal in het wit gekleed – komen van over de hele wereld, en wachten met bergen bagage om naar hun kamers of slaapzalen te worden gebracht. Vrachtladingen voedsel worden naar de keukens gedragen, en mensen zijn constant aan het vegen en poetsen, zodat de ashram smetteloos blijft.
Satish begroet me met een brede grijns en leidt me de ashram uit in de richting van het meertje dat ik vanuit mijn kamer kan zien. We wandelen tien minuten langs Naki Lake en dan stuurt Satish me een smal paadje op dat recht de bergen in gaat. Na een half uur staan we bovenop de berg en hebben een prachtig uitzicht over de Aravali woestijn.
Als we lekker zitten, zegt Satish: ‘Kijk, daar in de verte ligt Pakistan. Ik kom hier graag voor meditatie. Het is heel vredig en heeft een bijzondere energie. Wij noemen het Baba’s Rock. Laten we een paar minuten in meditatie zitten voordat we beginnen met de eerste les.’
Hij staart in de verte en wordt stil. Hij sluit niet zijn ogen, maar is duidelijk ‘verloren in liefde’ zoals de yogi’s dat noemen. Geen van de yogi’s die ik in de ashram heb ontmoet, sluit de ogen tijdens meditatie. Dat is heel praktisch, omdat het je leert om tijdens iedere situatie te mediteren. Wanneer Satish klaar is met zijn meditatie wendt hij zich tot mij.
‘Ik wil je wat vertellen over de achtergrond van Raja Yoga. Yoga betekent verbinding, en Raja betekent koning of hoogste. Raja Yoga leert je om je met het hoogste te verenigen. Het leert je de kunst om in verbinding te staan met de Bron.’
The art of phoning home, dus.’
‘Haha, ja, ik heb de film van ET ook gezien.’ Hij lacht besmuikt en beiden durven we niet te zeggen wat we denken: dat Dadi haast een vrouwelijke kopie is van ET. Hij vervolgt: ‘Jouw oorspronkelijke thuis is inderdaad de plaats waar de Schepper verblijft. Wanneer je je oorspronkelijke woonplek weer ervaart, ervaar je vanzelf de Bron.’
‘Kun je mij wat meer vertellen over deze Bron en hoe de schepping is ontstaan?’
‘Dat zijn grote vragen, maar ik kan je daar zeker over vertellen. En om het niet al te saai voor je te maken, zal ik dat doen in de vorm van een verhaal.’
‘Ik ben een en al oor Satish.’

Satish gaat er goed voor zitten, sluit even de ogen en begint dan aan zijn ongelooflijke verhaal: ‘Er was eens, in een andere dimensie dan de onze, een ras van ruimtewezens. Deze wezens waren zo zuiver dat ze voortdurend in een staat van totale vrede waren. Hun wereld zag er heel anders uit dan die van ons. Hun wereld bestond uit puur licht. Deze wezens, die Sha Ligra’ams werden genoemd, leefden in een oceaan van rood-gouden licht. Ze zagen eruit als micro sterren. In het midden van deze oceaan van vrede bevond zich het meest fantastische wezen van allemaal. De naam van dit wezen was Shi Vah.
Op een dag vond een van de Sha Ligra’ams dat dit vredige tehuis niet langer opwindend genoeg was. Hij voelde een gebrek aan verandering, groei, vreugde, spel. Shi Vah pakte de gedachten van de Sha Ligra’am onmiddellijk op en vroeg: ‘Lief kind, waar wil je heen gaan?’
‘Dat weet ik niet,’ communiceerde de Sha Ligra’am telepatisch. ‘Is er niet een plek die hieraan voldoet, een nieuwe wereld die we kunnen ontdekken?’
Shi Vah dacht een moment na, al wetend wat er zou gebeuren. In die ene fractie van een seconde zag hij de uiterste grenzen van de eeuwigheid en het spel dat zich ging ontvouwen.
Toen zei hij: ‘Ja, zo’n plek is er. De verlangens die jij koestert, kunnen worden vervuld op een planeet van grote schoonheid. Je kunt hier alle geluk ervaren die je hier mist. Ga maar mijn kind, en neem voldoende Sha Ligra’ams mee om een kolonie te vestigen.’
De Sha Ligra’am werd al gelukkig bij het idee en vroeg wie er met hem mee wilde naar de planeet om geluk te ervaren. En zo ontstond de eerste groep van negenhonderdduizend Reizigers.
De laatste woorden van Shi Vah waren: ‘Jullie zullen ruimtepakken nodig hebben voor de plek waar jullie heen gaan, maar ik zal jullie met alles helpen. Ga nu en ervaar jullie geluk. En als er iets fout gaat, bel mij.’

De Sha Ligra’ams waren nu klaar voor de grote sprong in het onbekende. De Reiziger die de reis in gang had gezet met zijn verzoek – die Kri Sha Nah heette – dook het eerst. Satish kijkt me met een schuine blik aan en zegt: ‘Je moet weten dat de Sha Ligra’ams zo geavanceerd waren dat zij geen fysiek ruimteschip nodig hadden om te reizen. Zij waren in staat door gedachtekracht naar de vreemde nieuwe dimensie te reizen.’
Satish valt even stil, slikt wat ongemakkelijk en kijkt naar de grond. Dan zegt hij zacht: ‘Dit was het begin van een lange odyssee vol prachtige en ook wrede avonturen. De Reizigers zouden voor een lange, lange tijd niet meer terugkeren naar hun thuis van vrede.’
Toen de Sha Ligra’ams sprongen, zweefden zij in formatie door een dimensie van wit licht. Dit was een betoverende plek die zij vanuit hun huis vaak hadden gezien. Deze dimensie diende als een portaal tussen de verschillende dimensies. Ze reisden onverdroten verder en kwamen toen met een schok in de verdichte dimensie van tijd en ruimte.
Het voelde zwaar en onwennig, maar Kri Sha Nah vloog dapper door. Niet lang daarna zagen zij voor het eerst hun nieuwe thuisplaneet, een prachtige bol die heel erg op die van ons lijkt, behalve dat deze planeet nog in een maagdelijke staat verkeerde. De Reizigers zagen beneden hen zeeën van diepblauw water, weelderige groene bossen en hoog besneeuwde bergtoppen. De planeet bestond uit maar één continent, omringd door oceanen en als gevolg van de hoek van de as van de planeet was het altijd lente.
Toen de Sha Ligra’ams wilden landen, realiseerden zij zich dat er nog wel een probleem was dat ze moesten oplossen. Shi Vah had hen verteld dat zij, wanneer ze binnen de planetaire begrenzingen waren, ruimtepakken nodig hadden. Wat te doen?

Satish houdt wel van een beetje suspense en besluit dat dit een moment is om mij een koekje aan te bieden. Het is van eenzelfde soort als wat ik van Dadi Janki kreeg. ‘Dit heet toli,’ zegt hij eerbiedig. ‘Het is met liefde bereid en aangeboden aan Shiva. Het geeft je kracht als je het eet.’
We knabbelen in stilte aan onze koekjes en als Satish zijn mond leeg heeft, gaat hij door met zijn verhaal: ‘De leider van de expeditie ging het eerst naar beneden. Zelfs voordat hij de met lucht gevulde atmosfeer was binnengegaan voelde hij een aantrekking, een bekende mentale uitnodiging die zo vaak naar hem was gestuurd door zijn mede Sha Ligra’ams in de wereld van licht. Hij volgde de gedachtelijn en daar op de oppervlakte van de planeet zag hij twee Sha Ligra’ams die omhoog keken en zwaaiden. Zij droegen ruimtepakken en hadden er ook een voor hem.
De leider trok het pak aan en begon ermee te experimenteren. Het was robotachtig maar veel mooier en voelde haast levend. Het had de vorm van een lichaam, heel vergelijkbaar met dat van ons, behalve dat het was gemaakt van de puurste elementen en geen slecht functionerende eigenschappen had.
Weldra zat Kri Sha Nah comfortabel in de controlekamer in het voorhoofd van het ruimtepak, precies tussen de wenkbrauwen. Alle andere Reizigers die nu naar beneden kwamen werden voorzien van deze mooie voertuigen. De twee Sha Ligra’ams die hen van de pakken voorzagen, vertelde hen dat ze de pakken niet konden uitdoen zolang ze in de atmosfeer van de Aarde waren. Maar aangezien deze pakken zo fascinerend en comfortabel waren, hoorde je niemand klagen.
Sterker nog: het bezit van deze materiële ruimtevaartuigen leek het beste deel van hun expeditie te worden. De lichamen maakten het hen mogelijk om het leven te ervaren op een manier die zij nooit eerder hadden gekund. Zij hadden werkelijk bereikt wat zij wilden vinden: geluk.

Het geluk van de Reizigers duurde vele, vele duizenden jaren. Het was zo fijn op Aarde dat Sha Ligra’ams in de wereld van licht steeds vaker uitnodigende gedachtegolven ontvingen van hun broeders in het koninkrijk. De een na de ander kwam naar beneden om zich bij hen te voegen. De bevolking groeide gestaag tot de oorspronkelijke negenhonderdduizend bewoners waren uitgegroeid tot een populatie van driehonderddertig miljoen.
Nu moesten de paleizen wat minder sjiek worden gebouwd en er werd zilver gebruikt in plaats van goud. Uiteindelijk ontstonden er veel kleine koninkrijken, in plaats van een grote, maar zij bleven in vrede verenigd onder de wijze leiding van hun keizer. De ruimtepakken waren zo gewoon geworden, dat niemand er nog speciaal aandacht aan schonk. Ze waren zich nog steeds bewust van het feit dat ze Sha Ligra’ams waren, ook al konden zij elkaar niet meer zien in hun pure vorm van licht.
Op een dag vond er een gebeurtenis plaats die het keizerrijk oo haar grondvesten deed trillen. Vi Karum, die in die tijd een van de regeerders was, riep een van zijn broeders bij zich en zei: ‘Dat is een heel mooi voertuig waar jij in rijdt. Ik zou het willen aanraken.’
De broeder lachte en zei: ‘Hoe kun je het nou aanraken? Wil je uit je eigen voertuig komen om dat te doen?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei Vi Karum, ‘ik wil het aanraken met mijn voertuig.’
De broeder lachte besmuikt. Maar in de loop van de tijd die volgde, raakte Vi Karum steeds meer geobsedeerd door het voertuig van de ander. Hij adoreerde de stijl, de contouren, de kracht en souplesse van de beweging, de kleur en alle ornamenten.
De broeder werd steeds minder blij, omdat hij merkte dat Vi Karum hem niet meer zag, maar puur was gefocust op zijn voertuig. Vi Karum wilde alleen maar praten over de voertuigen. Hij wilde zien hoe het werkte, hoe warm het was, hoe hard of zacht…
Vi Karum was de eerste, maar weldra gingen steeds meer Sha Ligra’ams zich vooral bezighouden met hun ruimtepakken. Spoedig werd het leukste spel om met elkaars voertuigen te spelen, vanwege het genot dat door de computer werd geregistreerd. Zij leerden zelfs hoe ze de voertuigen op automatische piloot konden zetten, terwijl ze vanbinnen een dutje deden.

Op een dag gebeurde er iets vreemds: een voertuig dat op automatische piloot stond, ging in gesprek met een ander voertuig dat ook op autopilot stond – zonder dat de Sha Ligra’ams van binnen daartoe opdracht hadden gegeven of er erg in hadden. Dit vreemde gedrag werd steeds vaker gezien en binnen een mum van tijd hadden de computers de macht overgenomen van de Sha Ligra’ams die – gevangen in de lichamen – hulpeloos toekeken.
De brein-computers hadden maar een doel: de plezierige sensaties die zij hadden geleerd steeds vaker te ervaren. Ze maakten het contact met andere lichamen tot hun hoogste prioriteit. De Reizigers waren te verward en te verzwakt door de massale overname om te reageren. Als ze probeerden om hun autoriteit terug te winnen, deden ze dat met de eigenschappen van een wanhopige: hebzucht, boosheid, jaloezie, machtswellust. Als gevolg van deze gebeurtenissen ontstonden steeds meer conflicten. De broederschap was gebroken en het koninkrijk versplinterd.’
Satish valt stil. Ik kijk naar hem en voor het eerst ziet hij er niet blij uit. Hij is oprecht ontdaan over deze ongelukkige wending in de levens van de Sha Ligra’ams. Hij staart richting Pakistan. Ik volg zijn blik en stel me voor hoe angstig het moet hebben geklonken om zo dichtbij oorlog mee te maken.
Satish denkt ook aan oorlog en vervolgt zijn verhaal: ’De explosie van negatieve, destructieve krachten die de macht grepen, was zo verpletterend dat het continent onder hen begon te schuiven. Een enorme zondvloed was het gevolg en uiteindelijk brak uiteen in zeven continenten.
In angst en paniek dachten de Sha Ligra’ams opeens weer aan hun lang vergeten vader die ver weg in een andere dimensie leefde, de onsterfelijke, machtige, beschermende Shi Vah. Zij begonnen om hem aan te roepen.
Shi Vah hoorde hun gebeden en stuurde boodschappers.
‘Willen jullie naar huis komen?’ vroegen de boodschappers.
‘Wij vinden het in feite heel fijn hier,’ antwoordden de reizigers, ‘maar neem ons lijden weg, want dat is wat wij niet fijn vinden.’

Nog steeds kwamen er Sha Ligra’ams uit de wereld van licht naar beneden. Velen van de nieuw gearriveerden waren behoorlijk populair, omdat zij nog steeds krachten bezaten die degenen die al langer op Aarde waren voor een groot deel hadden opgebruikt.
Het leven op de planeet was niet wat de meeste nieuwkomers zich ervan hadden voorgesteld of gehoopt. Alle geavanceerde wetenschap en technologie was vernietigd in de ramp. De meeste inwoners waren arm en het leven werd een gevecht tegen de natuur, die zich ook al tegen de arme Sha Ligra’ams leek te hebben gekeerd. In plaats van een verenigd koninkrijk waren er nu vele geïsoleerde groepen en culturen, waarvan velen het bestaan van de anderen waren vergeten.
Op een dag kwam er een zeer krachtige Sha Ligra’am naar beneden met een boodschap van Shi Vah over liefde en uitleg over hoe je met elkaar en de planeet dient om te gaan. Veel Sha Ligra’ams waren het met hem eens, maar evenzoveel waren het oneens en zo ontstonden alleen maar meer conflicten.
Ondertussen begonnen de wildste ideeën de ronde te doen over wie Shi Vah nu precies was. Hij kreeg vele namen en werd op vele verschillende manieren vereerd. De meeste Sha Ligra’ams waren er zeker van dat Hij alles kon horen en zien, en begonnen bang voor hem te worden.
Uit angst en hoop begonnen zij standbeelden te maken voor Shi Vah en van de eerste kolonisten die zij nu ook als goden waren gaan zien. Zij geloofden zelfs dat deze eerste Reizigers tot een superieur en machtiger ras behoorden dan zij, en dat deze wezens hen vanuit hogere regionen bijstonden en – hopelijk – op enig moment zouden terugkeren om hen te redden.

Maar zij kwamen niet en de Sha Ligra’ams waren aan hun eigen lot overgeleverd. De meesten van hen waren nu zo ver van huis dat ze zich niet eens meer konden herinneren waar ze ooit vandaan kwamen en geen idee hadden waarom ze hier waren. De planeet was steeds duisterder geworden en de macht van de computers had de zaak nu vrijwel geheel overgenomen.
Toen de situatie zo ernstig was geworden dat het er op leek dat de Sha Ligra’ams afstevenden op een totale verwoesting van hun planeet en alle hoop verloren leek, wist Shi Vah dat zijn kinderen er eindelijk klaar voor waren om weer naar huis te komen. Hij bezocht ze in hun dromen en meditaties, en herinnerde hen aan wie zij werkelijk zijn en aan hun verloren paradijs. Hij liet ze zien dat de tijd was gekomen om hun kostuums uit te trekken en naar huis te gaan.
Maar net toen de inwoners zichzelf begonnen te herkennen en zich hun thuis voorbij de sterren herinnerden, had het kwaad een climax bereikt en brak een wereldwijde oorlog uit. Er vielen bommen op de overbevolkte steden en hele kolonies eindigden in rook en as. Burgeroorlogen vernietigden andere kolonies. Overstromingen, aardbevingen, en andere natuurrampen deden de rest.’
Satish valt weer stil. Hij zucht en beëindigt zijn verhaal: ‘Eindelijk waren de Sha Ligra’ams bevrijd van hun lichaamsgevangenissen en vlogen in formatie naar huis. Daar leefden zij nog lang en gelukkig, totdat op een dag een van de Sha Ligra’ams vond dat de vredige wereld waarin zij leefden niet langer opwindend genoeg was. Hij had behoefte aan verandering, groei, vreugde, spel.
Shi Vah hoorde de gedachten van de Sha Ligra’am en vroeg: ‘Lief kind, waar wil je heen gaan?’
‘Is er niet een plek die hieraan voldoet, een nieuwe wereld die we kunnen ontdekken?’
Shi Vah dacht een moment na, al wetend wat er stond te gebeuren. En in die ene fractie van een seconde zag hij de uiterste grenzen van de eeuwigheid en het spel dat zich ging ontvouwen. Toen zei hij: ‘Ja, zo’n plek is er.’

wordt vervolgd….. hoofdstukken 5 t/m 8: https://eventnl.wordpress.com/2018/09/10/time-bender-de-man-die-de-aarde-kwam-redden-een-boek-van-tijn-touber-hoofdstukken-5-tot-en-met-8/

Door Veronica vertaald en door Tijn Touber gecorrigeerd

 
3 reacties

Geplaatst door op 27 augustus 2018 in Geschiedenis

 

Tags: ,

3 Reacties op “Time Bender, de man die de Aarde kwam redden, een boek van Tijn Touber, hoofdstukken 1 tot en met 4

  1. Elles

    28 augustus 2018 at 06:25

    Goed verhaal, leest als een sprookje, is de werkelijkheid

    Like

     
  2. Catharina

    28 augustus 2018 at 19:15

    Prachtig verhaal,..Een waar sprookje 💞

    Like

     
  3. Lief Van Rooy

    31 augustus 2018 at 16:37

    Heel mooi♡☆♡Bedankt voor het vertalen. .

    Like

     

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

 
%d bloggers liken dit: